Keuring mestbassins

Opslag mest

Voor mestopslag in de agrarische sector gelden specifieke eisen. Te veel stikstof, fosfaat en gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw kunnen het oppervlaktewater en grondwater vervuilen. In (kunst)mest zit stikstof en fosfor. Als te veel van die stoffen in de bodem terecht komen, vermindert de filterfunctie van de bodem. In gebieden met intensieve veehouderij raakt de biodiversiteit in de bodem verminderd.

Sinds 1 januari 2014 is het mestbeleid gewijzigd: vanaf 2015 mag er niet meer fosfaat op het land gebracht worden dan het gewas kan opnemen. Hiertoe zijn de fosfaatgebruiksnormen in 2014 en 2015 aangescherpt.

Er zijn verschillende typen mestbassins: mestsilo’s, mestzakken, mestkelders en foliebassins. Mestbassins liggen al dan niet onder een gebouw.

Het Bal is van toepassing op het opslaan van drijfmest en digestaat in mestbassins. 

Mestbassins moeten lekdicht zijn en aan de buitenzijde van het mestbassin bij de aansluitpunten van de vulleidingen, aftapleidingen en roerleidingen moeten voorzieningen zijn getroffen om lekkage te beperken.

Folie dat voor een mestbassin wordt gebruikt, is voor gebruik bij het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie gecertificeerd door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor BRL-K519, BRL-K537, BRL-K538, BRL-K546 of BRL 1149..

Per 1 januari 2024, met ingang van de Omgevingswet, geldt er geen (her)keuringsplicht meer, wel moet het bassin lekdicht zijn en geldt uiteraard de zorgplicht.

De opslag van drijfmest en digestaat vindt plaats in ondergrondse of bovengrondse mestbassins.

Ondergrondse mestopslag
Ondergrondse mestbassins zijn bassins met een afdekking die als vloer fungeert. Mestkelders zijn ondergrondse mestbassins gelegen onder een (voormalig) dierenverblijf/stal, werktuigenberging, opslagvoorziening of erfverharding. 

Voor ondergrondse mestbassins is geen kwaliteitsverklaring nodig (zie hieronder). Ondergrondse mestbassins die zijn voorzien van een afdekking die als vloer kan fungeren hoeven niet te worden gekeurd.

Bovengrondse mestopslag
Alle overige mestbassins worden beschouwd als bovengrondse mestbassins. Bovengrondse mestbassins hoeven met ingang van de Omgevingswet niet meer te zijn aangelegd conform de BRL 2342. Een mestbassin moet lekdicht zijn. Als daarbij folie wordt gebuikt moet dat gecertificeerd zijn zijn op basis van BRL-K519, BRL-K537, BRL-K538, BRL-K546 of BRL 1149.

Kwaliteitsverklaring
Bovengrondse mestbassins hoeven per 1 januari 2024 ook geen kwaliteitsverklaring meer te hebben, ook hier geldt dat wanneer het bassin uit folie bestaat, dan moet dat gecertificeerd zijn zijn op basis van BRL-K519, BRL-K537, BRL-K538, BRL-K546 of BRL 1149.

Keuring na afloop referentieperiode
Per 1 januari 2024 geldt er geen (her)keuringsplicht meer, wel moet het bassin lekdicht zijn en geldt uiteraard de zorgplicht.

Opslag vloeibare kunstmeststoffen bij open en bedekte grondteelten
Voor de eisen die worden gesteld aan de opslag van vloeibare kunstmeststoffen wordt onderscheid gemaakt tussen de opslag in verpakking en de opslag in een bovengrondse opslagtank. Als de opslag in verpakking plaatsvindt binnen het kader van agrarische activiteiten dan gelden afwijkende eisen: aaneengesloten bodemvoorziening of lekbak.